Voeding en Gedrag

Met name voor jonge kinderen geldt, dat er veel bekend is over de relatie tussen voeding en hyperactiviteit of ADHD. In iets mindere mate is er kennis van externe invloeden (waaronder ook voeding valt) bij autisme en vanuit de praktijk ook over depressiviteit en voeding. Vanuit de ervaring van patiënten onderzoeken de leden van de werkgroep Voeding & Gedrag een mogelijk verband tussen dyslexie en voedselovergevoeligheid. De basis van de kennis is gelegen in ervaringsdeskundigheid in combinatie met kennis van de onderzoeken die de laatste 20 jaar over deze problematiek zijn gedaan. De werkgroep beschikt over een breed netwerk voor diagnostiek en behandeling, zowel in de reguliere, als in de complementaire geneeskunde.

Het is bij reguliere artsen nog te weinig bekend dat voeding van invloed kan zijn op het gedrag. Onlangs zijn twee onderzoeken naar de invloed van voeding op ADHD gepubliceerd; in het “Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde’’ van december 2002 en in ‘’Kind en Adolescent’’ van februari 2003. Volgens deze wetenschappelijk en regulier uitgevoerde onderzoeken wordt bij 60% van de kinderen met ADHD deze gedragsstoornis veroorzaakt door de voeding.
Aangezien beide onderzoeken slechts oriënterende studies zijn, is verder wetenschappelijk onderzoek noodzakelijk. In “Kind en Adolescent” van december 2005 is een artikel verschenen over de mogelijke relatie tussen voedselovergevoeligheid en ADHD.

Uit buitenlandse onderzoeken, die dubbelblind en placebogecontroleerd zijn uitgevoerd blijkt, dat het meestal niet gaat om een overgevoeligheid voor kleurstoffen, suiker of andere additieven, maar om een individuele overgevoeligheid voor meerdere, veelal ook gezonde, voedingsmiddelen. Het ligt dan ook voor de hand dat de diagnostiek individueel en specialistisch is.


Veel voorkomende klachten bij jonge kinderen met gedragsproblemen

Wanneer de diagnose ADHD gesteld wordt, zou er eigenlijk altijd eerst onderzoek naar mogelijke oorzaak of oorzaken gedaan moeten worden. Maar zelfs al voordat er sprake is van een diagnose is het mogelijk om onderzoek in te stellen naar voedselovergevoeligheid. Dit kan bijvoorbeeld als een aantal van de volgende klachten enige tijd aanwezig is:
 
  • impulsief of onbeheerst gedrag;
  • sterk wisselend gedrag of juist ander gedrag dat bijvoorbeeld thuis wel voorkomt, maar op de peuterspeelzaal of in school niet bekend is, of andersom;
  • veel of druk praten; van het één naar het ander hollen;
  • moeite met stil zitten;
  • onverklaarbare driftbuien;
  • veel huilen;
  • concentratieproblemen;
  • zichzelf of andere kinderen pijn doen;
  • tics of dwangmatig handelen zoals trekken in het gezicht, dwangmatige aanrakingen, dwangmatige ordening van bijv. speelgoed;
  • vaak boos, ruziezoekend of opstandig gedrag;
  • onhandelbaar zijn;
  • moeite met inslapen en/of doorslapen;
  • soms ook als bijkomstigheid: lichte lichamelijke klachten als eczeem, diarree, hoofdpijn, hoge pijndrempel, vaker keel- en/of oorontstekingen.
Met dank aan de adviseurs van de werkgroep:Drs. L.M.J. Pelsser, wetenschappelijk onderzoeker van het Onderzoekscentrum ADHD en Voeding, Eindhoven. Tel.: 040 – 2488393.
Dr. A.A. M. Haagen, kinderarts/kinderneuroloog, Vie Curi Medisch Centrum, Venlo

Werkgroep voeding en gedrag

Juli 2006
 © (Copyright) Stichting VoedselAllergie.

Overname van (delen van) de tekst is alleen toegestaan na uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de Stichting VoedselAllergie. Bovendien is bronvermelding verplicht
.