Schoonmaakdoekjes

Ik schrijf met links. In groep drie was dat een grote handicap. Daar kreeg ik een mooie vulpen waarmee ik krampachtig probeerde netjes te schrijven. Trots als een pauw was ik. Alleen een vulpen werkt niet met links. Alles was één grote vlekkenbende. Uit ellende maakte ik van elke vlek een poppetje of beestje. Het dreef de juf en mijzelf tot waanzin. Gisteren had ik in zo’n grote binnenspeeltuin dezelfde ervaring.

Pindasaus

De kinderen waren er heerlijk aan het spelen en ik ging een kopje thee halen. Gigantische puntzakken met pindasaus liepen er langs mij heen. Blije kindjes huppelden achter hun ouders aan, op jacht naar een paar van die heerlijke frietjes! Zoals met mijn lekkende vulpen, zag ik overal vlekken ontstaan. De kinderhandjes waren de pen die feilloos alles ‘uitvlekte’. De tafel, de kinderstoel, de stoelpoten, de vloertegels en uit eindelijk de ballenbak…

Ik beken! Ik heb een innige relatie met schoonmaakdoekjes.

Ja mensen, dat is nogal een bekentenis. Ik vond ‘dat type’ moeders namelijk enorme mutserige mensen. Waarom nou de tafel poetsen van een fastfood-restaurant of de handjes van de kinderen poetsen in de speeltuin na het eten? Langzaam gleed mijn hand af naar mijn tas. Nu zijn mijn kinderen toch best al een poos uit de luiers, de billendoekjes zitten nog altijd in mijn tas. Ik poetste de tafel heel voorzichtig, zodat het niet zou opvallen bij mijn buren. Ik poetste mijn stoelleuning en die van de kinderen, en mijn handen kriebelden om elke bal uit de ballenbak te poetsen voordat mijn kinderen erin zouden verdwijnen!

Voortaan zal ik vriendelijk glimlachen naar poetsende moeders. Wie weet zijn het lotgenoten.