Kleine kaneeldonuts

halve liter zonnebloemolie
250 gram bloem
1 theelepel zout
1 zakje bakpoeder
2 eetlepels suiker
1,5 dl soja- of rijstmelk
3 eetlepels witte basterdsuiker
halve tot 1 eetlepel kaneel





Nu het weer maar blijft somberen, krap boven de 10 graden met regen is voor eind mei toch wel een dieptepunt, voel ik me genoodzaakt de stemming er een beetje in te brengen. En hoe kan dat beter dan met deze vrolijke, lekker weg te happen donuts in mini-formaat! Alleen al van de aanblik word je toch blij? Nu lijkt het misschien een hoop gedoe en tijd in de keuken voor je deze kleine schatjes kunt presenteren, maar laat je niet afschrikken, het valt reuze mee. Binnen een half uur konden we onze tanden er al in zetten. Omdat we met de deur open hebben gebakken was er ook nog eens nauwelijks sprake van een vervelende 'oliebollenlucht' in huis. Bovendien bleef bijna al het vet in de pan (en dus niet in de donuts). Kortom: wat let je...

Verhit de zonnebloemolie in een grote pan met dikke bodem tot 180 graden. Maak intussen het deeg. Meng daarvoor in een grote kom bloem, zout, bakpoeder en suiker en roer vervolgens de sojamelk erdoorheen, tot een mooi zacht deeg ontstaat. Bestuif een werkvlak flink met bloem en druk de bal deeg met in bloem gedipte handen plat tot een lap van 1 cm dik. Neem een borrelglaasje (ca. 4 cm doorsnee), duw de rand steeds even in bloem om plakken te voorkomen, en steek kleine rondjes uit het deeg. Steek in het midden een kleiner rondje (van zo'n 2 cm, bv met een appelboor) uit, zodat je mooie cirkeltjes krijgt. Kneed het overgebleven deeg weer even door en herhaal de procedure tot al het deeg in mooie cirkels voor je ligt. Voor het allerlaatste restje is natuurlijk altijd wel een liefhebber.

Roer in een plat bord de kaneel door de basterdsuiker. Test intussen of de olie al op temperatuur is. Gooi hiervoor heel ouderwets een korstje brood in de pan. Wanneer het brood kleurt is de temperatuur goed. Zakt het brood naar de bodem, dan is de olie niet heet genoeg. Is de olie te heet, dan zal het brood onmiddellijk bruin schroeien en aanbranden. Probeer nu eerst één donut uit: bak hem ongeveer een halve minuut per kant, dan zal hij bruin en knapperig zijn. En nee, knapperig hoort niet bij een donut, maar wees gerust: met het afkoelen zal de harde buitenkant weer zacht worden. Lukt deze eerste donut goed, bak de rest dan in porties gaar. Laat even uitlekken op keukenpapier en wentel daarna meteen door de kaneelsuiker.

Uiteraard kun je de donuts ook in gesmolten chocolade of jam dopen voor de variatie.

De donuts zijn misschien wat taaier en minder luchtig dan de gebruikelijke- (lees: fabrieks) exemplaren, maar ze zijn dan ook zonder ei gemaakt. Ze liggen minder zwaar op de maag, ze smikkelen lekker weg en ze geven een vrolijke toets aan deze grauwe regenweken. En daar gaat het per slot van rekening om!