melkVerschillende Europese medische richtlijnen voor de diagnose van koemelkallergie zijn nogal ruim, waardoor sommige baby’s onterecht als allergisch worden bestempeld.

In het tijdschrift JAMA Pediatrics schrijven Engelse onderzoekers dat tot wel 14% van de ouders geloven dat hun kind allergisch is voor koemelk. Uit voedselprovocatietests blijkt dat maar 1% van de kinderen tot twee jaar echt een koemelkallergie heeft.

De onderzoekers bekeken negen officiële medische richtlijnen uit verschillende landen, vooral Europese. Daarin staat dat symptomen als overmatig huilen, melk opgeven, eczeem en diarree op koemelkallergie kunnen wijzen. Daardoor wordt soms ten onrechte de diagnose koemelkallergie gesteld. Maar die symptomen hoeven niet ongewoon te zijn bij baby’s en passen ook bij andere aandoeningen.

Zeven van de negen richtlijnen geven aan dat borstvoeding beter kan worden vermeden als het kind een koemelkallergie heeft. Toch blijkt uit meerdere studies dat in 99% van de gevallen er niet voldoende koemelkeiwit in borstvoeding zit om een allergische reactie te veroorzaken.

In plaats van borstvoeding wordt in veel van de richtlijnen speciale babyvoeding aangeraden. Een mogelijke verklaring zou zijn dat samenstellers van de richtlijnen direct of indirect financiering ontvangen door fabrikanten van zulke babyvoeding.

Om (de schijn van) belangenverstrengeling te vermijden en de overdiagnose te verminderen, moet de ontwikkeling van richtlijnen voor koemelkallergie volgens de auteurs van de studie kritisch worden geëvalueerd.

Bron van dit artikel: ScienceDaily, 13 april 2020