Er zijn veel verschillende testen voor voedselallergie. Bijvoorbeeld huidtesten met prikjes of plakkers, bloedtesten, voedselprovocaties en eliminatiediëten. Die worden allemaal door een arts of diëtist gedaan.
Let op
Laat je altijd testen bij een arts of gecertificeerd diëtist! Er worden ook veel onzintesten aangeboden die niet wetenschappelijk bewezen zijn.
Huidpriktesten en plaktesten
Hoe werken huidpriktesten?
Huidpriktesten zijn een veelgebruikte methode om voedselallergieën te diagnosticeren. Bij deze test worden kleine hoeveelheden allergenen, zoals eiwitten uit bepaalde voedingsmiddelen, op de huid aangebracht. Vervolgens wordt de huid licht geprikt, waardoor het allergeen in de huid terechtkomt. Als iemand allergisch is voor een bepaald voedingsmiddel, zal er op de plek van de prik een huidreactie optreden, zoals roodheid of zwelling. Dit is een teken dat het immuunsysteem reageert op het allergeen, wat duidt op een allergie.
Hoe betrouwbaar is een huidpriktest?
Deze test is snel en relatief eenvoudig uit te voeren, maar hij heeft ook beperkingen. Bijvoorbeeld, de huidpriktest kan soms vals-positieve resultaten geven. Dat is als de test aangeeft dat je allergisch bent voor een stof, terwijl dat eigenlijk niet het geval is.
Daarnaast kan een huidpriktest niet aangeven hoe ernstig een allergische reactie zal zijn als je het betreffende voedingsmiddel binnen krijgt door eten of drinken. Daarom worden huidpriktesten gewoonlijk gecombineerd met andere testmethoden, zoals bloedonderzoek of provocatietesten.
De huidpriktest is een nuttig hulpmiddel in de diagnose van voedselallergieën, maar hij moet altijd worden uitgevoerd door een gekwalificeerde arts. Zo kunnen de resultaten goed geïnterpreteerd worden en de juiste vervolgbehandelingen worden ingezet.
Wat is een plaktest?
Deze test wordt voornamelijk gebruikt om te testen op contactallergieën (allergieën voor bepaalde stoffen die op de huid komen), maar kan ook gebruikt worden voor het testen van bepaalde voedselallergieën. Het principe is dat het allergeen op de huid wordt aangebracht onder een pleister, die meerdere dagen blijft zitten om te kijken of er een reactie optreedt. Dit is een langzamere test dan de huidpriktest en wordt vaak gebruikt om te testen op vertraagde reacties.
Bloedtesten
Hoe werken bloedtesten?
Bloedtesten zijn een veelgebruikte methode bij het diagnosticeren van voedselallergieën, waarbij het lichaam wordt getest op specifieke antistoffen die het produceert als reactie op een allergeen. Bij een bloedtest wordt een kleine hoeveelheid bloed afgenomen om het IgE-niveau te meten. IgE is een type antilichaam dat reageert op allergenen. Zo’n bloedtest wordt vaak aangeduid als een ImmunoCAP- of RAST-test. Door te testen op verschillende allergenen, zoals pinda of melk, kan de arts bepalen of het lichaam een specifieke gevoeligheid voor die stoffen heeft.
Heeft een bloedtest altijd gelijk?
Hoewel bloedtesten waardevolle informatie bieden, zijn ze niet altijd doorslaggevend voor de diagnose. Een positieve uitslag betekent niet per se dat iemand daadwerkelijk allergisch is voor het getest allergeen; het geeft alleen aan dat er antistoffen tegen dat allergeen aanwezig zijn. Omgekeerd kan een negatieve uitslag niet altijd uitsluiten dat er sprake is van een allergie.
Bloedtesten kunnen nuttig zijn, maar ze zijn slechts een onderdeel van een breder diagnostisch proces dat moet worden uitgevoerd door een specialist. Het is belangrijk om de testresultaten altijd in samenhang met de symptomen en medische geschiedenis te bekijken, en verder ook ander onderzoek zoals huidpriktesten of provocatietests te doen.
Wat is de Basofiele Activatietest (BAT)?
De BAT is een relatief nieuwe diagnostische methode die wordt gebruikt om voedselallergieën te identificeren. Bij deze test wordt het bloed van een patiënt onderzocht op de reactie van basofielen (een type witte bloedcel) wanneer ze worden blootgesteld aan een allergeen. Basofielen spelen een belangrijke rol in allergische reacties, doordat ze stoffen zoals histamine en andere cytokines vrijgeven wanneer ze in contact komen met een allergeen.
In de BAT wordt bloedserum gemengd met het verdachte allergeen, en wordt vervolgens gemeten hoeveel de basofielen worden geactiveerd, bijvoorbeeld door de afgifte van histamine. Een verhoogde activatie van basofielen kan duiden op een allergie voor dat specifieke voedsel. Deze test heeft het voordeel dat hij kan worden uitgevoerd zonder dat er een allergische reactie bij de patiënt optreedt, wat de test veiliger en praktischer maakt dan sommige andere methoden, zoals provocatietests.
Hoewel de BAT veelbelovend is, heeft het ook beperkingen. Het is nog geen standaard diagnostische methode in de meeste klinieken, en de interpretatie van de resultaten kan variëren. De test wordt vooral gebruikt als aanvulling op andere diagnostische methoden, zoals bloed- of huidpriktesten, om de nauwkeurigheid van de diagnose te verbeteren. In sommige gevallen kan de BAT ook nuttig zijn bij het voorspellen van de ernst van een allergische reactie, hoewel dit nog steeds onderwerp van onderzoek is.
Voedselprovocatie
Wat is een voedselprovocatie?
Voedselprovocaties zijn een belangrijke manier om te testen of je daadwerkelijk een voedselallergie hebt. Er zijn twee hoofdtypen provocatietests: de open voedselprovocatie en de dubbelblinde placebogecontroleerde voedselprovocatie.
Bij een open voedselprovocatie eet je openlijk een voedingsmiddel waarvan wordt vermoed dat je er allergisch voor bent. De dosis wordt langzaam opgevoerd onder medische begeleiding, om te observeren of er een reactie optreedt. Een open voedselprovocatie in een ziekenhuis duurt gewoonlijk een dag en is minder belastend voor je dan een dubbelblinde placebogecontroleerde voedselprovocatie.
De dubbelblinde placebogecontroleerde voedselprovocatie is een test die als de ‘gouden standaard’ wordt gezien. De test wordt doorgaans uitgevoerd in het ziekenhuis, waar je in een gecontroleerde omgeving wordt getest op twee opeenvolgende dagen. Zowel jij als je arts weten niet op welke dag je eten de allergene stof bevat en op welke dag je een placebo krijgt.
Het voordeel van deze methode is dat het de meest betrouwbare manier is om te bevestigen of een bepaald voedingsmiddel daadwerkelijk een allergische reactie veroorzaakt, zonder de verstoring van psychologische factoren zoals angst voor een reactie.
In beide gevallen is het belangrijk dat provocaties onder toezicht van een arts worden uitgevoerd als er kans is op ernstige reacties, zoals anafylaxie.
Eliminatiedieet
Wat is een eliminatiedieet?
Een eliminatiedieet kan helpen om voedselallergieën of -intoleranties op te sporen. Je stopt dan tijdelijk met het eten van bepaalde voedingsmiddelen en kijkt daarna of de klachten terugkomen als je ze weer introduceert. Zo kunnen artsen en diëtisten ontdekken welke voeding de problemen veroorzaakt.
Een eliminatiedieet kan klein of groot zijn. Soms gaat het om één product, zoals melk, maar het kan ook betekenen dat je meerdere voedingsmiddelen tegelijk weglaat. Dit wordt vaak gedaan bij voedselallergieën waarbij andere tests, zoals bloedonderzoek of huidtesten, geen duidelijke uitkomst geven. Ook bij aandoeningen zoals EoE of FPIES kan een eliminatiedieet de beste methode zijn om uit te vinden waarop iemand reageert.
Belangrijk: altijd onder begeleiding!
Een eliminatiedieet kan lastig zijn en moet altijd onder begeleiding van een arts of diëtist worden uitgevoerd. Als je zomaar voedingsmiddelen weglaat, loop je het risico op tekorten of juist verergering van klachten. Het is ook belangrijk om voedingsmiddelen op een gecontroleerde manier weer in te voeren. Alleen zo kun je echt ontdekken wat je niet verdraagt.
Een eliminatiedieet kost tijd en vraagt nauwkeurige opvolging, maar het kan een effectief middel zijn om voedselallergieën of -intoleranties op te sporen en klachten te verminderen.
Testmethoden die je niet kunt vertrouwen
Er zijn verschillende onbetrouwbare methoden voor het testen op een voedselallergie. Aanbieders van dit soort testen vind je vaak online of via het alternatieve circuit. Ze claimen dat ze snel en eenvoudig kunnen aantonen waar je allergisch of overgevoelig voor bent, via een test die je bij hen kunt bestellen of laten doen.
Jammer genoeg bewijzen deze tests niets. Ze kunnen zelfs schadelijk zijn, want als je al de voedingsstoffen gaat vermijden waarvoor je zogenaamd allergisch bent, dan kom je mogelijk belangrijke voedingsstoffen te kort.
Online voedselintolerantietesten
Veel commerciële testen die online voor geld worden aangeboden, beweren intoleranties op te sporen via bijvoorbeeld haar- of bloedanalyses. Deze tests zijn echter niet wetenschappelijk onderbouwd. Bijvoorbeeld, sommige testen meten IgG-antistoffen, die niets van doen hebben met voedselallergieën, maar die alleen aangeven aan welke voedingsmiddelen je lichaam gewend is.
Uit onderzoek blijkt dat online aanbieders van testen geen consistente resultaten terugsturen naar hun klanten. De ene keer geeft zo’n test het ene resultaat, de volgende keer een ander, ook al is hetzelfde monster van de patiënt gebruikt. Laat je dus niet oplichten en doe een officiële test bij je arts (die ook nog eens vergoed wordt door je zorgverzekering).
Cytotoxische testen
Deze testen ‘werken’ door bloed te mengen met gedroogde voedingsmiddelen, waarna de cellen in het bloed worden bekeken om te zien of ze veranderen. Er is echter geen bewijs dat deze veranderingen daadwerkelijk indicatief zijn voor een voedselallergie. Dit type test wordt sterk afgeraden door medische experts.
Bioresonantie
Deze methode ‘meet de elektrische weerstand van de huid’ terwijl je blootgesteld wordt aan bepaalde voedingsmiddelen. Hoewel sommigen beweren dat deze techniek allergieën kan opsporen, is er geen wetenschappelijke basis voor het gebruik ervan bij het diagnosticeren van voedselallergieën.
Toegepaste kinesiologie
Hierbij wordt de sterkte van spieren gemeten na blootstelling aan bepaald voedsel. Net als bioresonantie is dit een methode die vaak wordt gebruikt in alternatieve geneeskunde, maar er is geen wetenschappelijk bewijs dat het effectief is voor het vaststellen van voedselallergieën.
De betrouwbare diagnostische methoden blijven onder meer bloedtesten, huidpriktesten en voedselprovocaties, die allemaal onder medische begeleiding plaatsvinden. Het is belangrijk om altijd een arts te raadplegen en geen onbetrouwbare testen te gebruiken die geen wetenschappelijke validiteit hebben.



