Home » Wat wij doen » Onderzoek

Wat wij doen

Bijdragen aan onderzoek

Stichting Voedselallergie werkt als partner mee in verschillende medische en consumentenonderzoeken. Door bij te dragen met onze kennis, expertise en ervaringen, kunnen helpen we mensen met een voedselallergie een stapje dichter bij een veiligere toekomst.

 

Voedselallergie

Onderzoek

Allergenen

Omgaan met

Stichting Voedselallergie werkt als partner mee in verschillende medische en consumentenonderzoeken. Door bij te dragen met onze kennis, expertise en ervaringen, kunnen helpen we mensen met een voedselallergie een stapje dichter bij een veiligere toekomst.

Onderzoeken waar Stichting Voedselallergie momenteel bij is betrokken

AllPret

Het ALLPreT-onderzoek is een Europees onderzoeksproject waarin onderzoekers samenwerken om de introductie van nieuwe voedingsmiddelen (novel foods) veiliger te maken. Ze kijken hoe allergieën kunnen ontstaan en hoe je de risico’s daarop beter kunt begrijpen en beheersen. 

Het project wordt geleid door het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU) en heeft partners uit 10 landen, waaronder patiëntenorganisaties zoals Stichting Voedselallergie. Samen werken we aan een toolbox met tests en modellen die voedselbedrijven en autoriteiten kunnen gebruiken om snel te zien of een nieuw voedingsmiddel veilig is. Dit is belangrijk omdat de huidige manieren om allergieën te voorspellen niet altijd goed werken.

Een belangrijk onderdeel van het project is het trainen van jonge onderzoekers (PhD-studenten) in de kernaspecten van voedselallergierisico’s en allergeniciteitsvoorspelling, inclusief praktische en wetenschappelijke vaardigheden. 

De Stichting Voedselallergie is een van de betrokken partners in het ALLPreT-project. De rol van de stichting is om als schakel te fungeren tussen wetenschappers en mensen met voedselallergieën. Ze vertegenwoordigt de belangen van patiënten, zorgt ervoor dat de behoeften en zorgen van mensen met voedselallergieën worden meegenomen in het onderzoek, en helpt bij het verspreiden van kennis over voedselallergieën.

Door deel te nemen aan het project helpt de stichting ook om ervoor te zorgen dat de ontwikkelde hulpmiddelen en technieken in de praktijk toepasbaar en begrijpelijk zijn voor consumenten en belanghebbenden. Hun betrokkenheid versterkt het maatschappelijke effect van het project en zorgt ervoor dat de resultaten direct bijdragen aan een betere bescherming tegen voedselallergieën

Het onderzoek loopt van 2022 tot 2026 en wordt gefinancierd door de Europese Unie.

ORKA-NL

In het ORKA-NL onderzoek krijgen 250 jonge kinderen tot 2,5 jaar een vorm van immunotherapie. Dit onderzoek is eerst in kleinere vorm uitgevoerd in het Deventer ziekenhuis, en is nu uitgebreid naar drie andere ziekenhuizen: Martini Allergie Centrum voor Kinderen (MACK), het Reinier de Graafziekenhuis in Delft, en het Emma Kinderziekenhuis in Amsterdam.

De eerste resultaten uit Deventer zijn hoopgevend: 80% van de kinderen die hebben meegedaan kan weer het voedsel eten waarvoor ze eerst allergisch waren. De studie in de andere ziekenhuizen is gestart in februari 2023 en loopt nog tot 2028.

MoSIN

In het NWO-project “Monitoring the Safe Introduction of Novel foods” (MoSIN), onder leiding van UMC Utrecht, werken we samen met veel partijen aan beter inzicht in hoe een voedselallergie zich ontwikkelt in een veranderende voedselomgeving. We gaan bijvoorbeel meer plantaardig eiwit eten, er worden allerlei nieuwe voedingsmiddelen op de markt gebracht en nieuwe allergieën ontstaan. Wat voor risico’s brengt dat mee en hoe monitor je die? En hoe verbeter je informatie op etiketten?

Afgeronde onderzoeken

COMFA

Het COMFA-onderzoek (Core Outcome Measures for Food Allergy, 2019–2023) is een afgerond Europees samenwerkingsproject dat gericht is op het verbeteren van de manier waarop voedselallergieën worden geëvalueerd in klinische studies. Het doel is om een set kernuitkomsten te ontwikkelen die universeel gebruikt kunnen worden in onderzoek en praktijk. Hierdoor kunnen resultaten van verschillende studies beter vergeleken en gecombineerd worden, wat de ontwikkeling van nieuwe behandelingen versnelt.

Het project was multidisciplinair en betrok patiënten, onderzoekers, gezondheidsprofessionals, beleidsmakers en de voedingsindustrie. Door middel van een vragenlijst onder patiënten kwamen de onderzoekers tot één conclusie: ‘kwaliteit van leven’ is de belangrijkste indicator voor het succes van een behandeling van of studie naar voedselallergie.

iFAAM

Het iFAAM-project (Integrated Approaches to Food Allergen and Allergy Risk Management) was een grootschalig Europees onderzoeksproject dat liep van 2013 tot 2017. Het werd gefinancierd door het 7e Kaderprogramma van de Europese Unie (FP7) en stond onder leiding van de Universiteit van Manchester. In totaal werkten meer dan 38 partners uit 17 landen samen, waaronder universiteiten, ziekenhuizen, bedrijven uit de voedingsindustrie en patiëntenorganisaties zoals Stichting Voedselallergie.

Het hoofddoel van iFAAM was om risico’s van voedselallergieën beter te begrijpen en er effectiever mee om te gaan. Het project richtte zich op het ontwikkelen van geïntegreerde, bewezen benaderingen voor het beheersen van allergenen in voedselproductie en -etikettering, met als doel de voedselveiligheid voor mensen met een voedselallergie te verbeteren.

iFAAM heeft onder andere referentiedrempels opgeleverd: concentraties van allergenen waaronder het risico op een allergische reactie minimaal is. Verder zijn er tools en modellen ontwikkeld om risico’s op allergische reacties beter te voorspellen bij onbedoelde aanwezigheid van allergenen. Het project heeft bijgedragen aan training van professionals in voedselveiligheid, gezondheidszorg en risicocommunicatie. Ook patiëntenorganisaties kregen middelen om hun leden beter te informeren over allergieën.

EuroPrevall

EuroPrevall was een Europees onderzoeksproject dat liep van 2005 tot 2009 en werd gefinancierd door het 6e Kaderprogramma (FP6) van de Europese Unie. Het project was een van de eerste grootschalige initiatieven dat voedselallergieën systematisch in kaart bracht op Europees niveau. Het werd gecoördineerd door Wageningen University & Research (WUR) en omvatte meer dan 60 partners uit ruim 20 landen, waaronder artsen, wetenschappers, voedselproducenten en patiëntenorganisaties.

Het doel was om een duidelijker beeld te krijgen van:

  • Hoe vaak voedselallergieën voorkomen in Europa.

  • Welke voedselallergenen het meest betrokken zijn.

  • Hoe voedselallergieën zich ontwikkelen, vooral bij kinderen.

  • De economische en maatschappelijke impact van voedselallergieën.

  • Culturele verschillen in diagnose, behandeling en voedingsgewoonten rond allergieën.

Daarom werden er grootschalige, gestandaardiseerde epidemiologische studies uitgevoerd in negen Europese landen. Er bleken duidelijke verschillen te zijn tussen de landen: zo kwam visallergie kwam meer voor in landen rond de Middellandse Zee, terwijl pinda-allergie vaker een probleem was in Noordwest-Europa. Dit was waardevol voor Europese beleidsmakers bij het opstellen van etiketteringsregels en risicobeoordelingen. Onderzocht werd ook hoe voedselallergieën het dagelijks leven beïnvloeden — zoals angst, sociale beperkingen en kosten voor gezinnen en de zorg.

Meer weten over onderzoek naar voedselallergie? Neem contact op:

2 + 7 =

Help jij ons mee?

Eenmalig

doneren

Met uw bijdrage helpt u mensen met voedselovergevoeligheid door hulp en kennis mogelijk te maken en verder te ontwikkelen.

Lid

worden

Lid worden betekent toegang tot waardevolle kennis, ondersteuning en praktische tips om beter te leven met voedselallergie.

Vrijwilliger

worden

Vrijwilliger worden betekent bijdragen aan een beter leven voor mensen met voedselovergevoeligheid, met een fijne en betrokken werksfeer