Belangenbehartiging is een van de kerntaken van de Stichting Voedselallergie. In de 40 jaar dat we bestaan, hebben we een breed netwerk opgebouwd. Dat stelt ons in staat aan te schuiven bij allerlei overlegtafels: van overheidsinstanties tot artsencongressen en van ziekenhuizen tot de voedingsindustrie.
Wil je weten waar we op dit moment bij zijn betrokken? Lees dan verder.
Verbeteren van etikettering
In samenwerking met voedselproducenten en supermarkten werkt Stichting Voedselallergie aan het verbeteren van de etikettering van allergenen op verpakkingen, zodat consumenten met allergieën beter geïnformeerde keuzes kunnen maken.
Eind 2023 was het eindelijk zover: de minister keurde het nieuwe etiketteringsbeleid goed, waar we met andere partijen meer dan tien jaar aan hebben gewerkt. Dit beleid gaat over ‘sporen van’-waarschuwingen op verpakkingen, de zogenaamde ‘Precautionary Allergen Labelling’ (PAL). Vanaf januari 2026 moeten alle verpakkingen in Nederland voldoen aan de nieuwe weergave van allergenen.
Die ziet er zo uit:
- Als een allergeen volgens het recept van het voedingsmiddel in een product zit, moet het duidelijk op de verpakking vermeld worden.
- Als een allergeen niet in het recept zit, maar mogelijk wel door kruisbesmetting in een product terecht kan zijn gekomen, moet het ook op de verpakking worden gezet, met de vermelding ‘Kan [allergeen] bevatten’ of of ‘Niet geschikt voor [allergeen]’. Dit hoeft alleen als er kans is dat de wetenschappelijk vastgestelde drempelwaarde van het allergeen is overschreden.
Wat zijn drempelwaarden?
Een drempelwaarde is de hoeveelheid allergeen die in een product aanwezig mag zijn, waarna een waarschuwing op het etiket verplicht wordt. De FAO en WHO hebben deze waarden aangeraden op basis van internationaal onderzoek en overleg. Zo mag een maaltijd maximaal 2 milligram melkeiwit of 3 milligram hazelnoot bevatten voordat een waarschuwing nodig is.
Die drempel is zó laag dat bijna iedereen met een allergie voor dat eiwit (ten minste 95%) het product veilig kan eten. Voor de overige 5% kan er hooguit een milde reactie optreden. Een ernstige, anafylactische reactie is vrijwel uitgesloten.
De grens van 95% is bewust gekozen: onderzoek laat zien dat een strengere norm van 99% nauwelijks extra gezondheidswinst oplevert en in de praktijk vrijwel niet uitvoerbaar is voor fabrikanten. Dit beleid wordt ondersteund door de Stichting Voedselallergie en de Federatie van Europese Allergiepatiëntenverenigingen (EFA).
Op die manier werken we toe naar duidelijkere etiketten. Want vanaf 2026 geldt: staat er een waarschuwing voor kruisbesmetting op de verpakking, dan kun je erop vertrouwen dat de aanwezigheid van het allergeen daadwerkelijk is aangetoond.
Voor onverpakte producten geldt deze maatregel nog niet. Ook voor producten die buiten Nederland zijn gemaakt, geldt nog geen wetgeving. Op internationaal niveau wordt er wel toegewerkt naar afspraken die voor alle landen zullen gelden.
Bijdragen aan wetenschappelijk onderzoek
Voor meer over wetenschappelijk onderzoek, kijk op de pagina Onderzoek.
Opkomen voor belangen in Europa
Stichting Voedselallergie (SVA) is actief in Europees verband via haar lidmaatschap van de European Federation of Allergy and Airways Diseases Patients’ Associations (EFA). Onze voorzitter Erna Botjes is vice-president geweest van 2015 tot 2021. Namens de EFA nam ze ook vijf jaar lang zitting in de Patients and Consumers Working Party (PCWP) van de European Medicines Agency (EMA).
Ondersteuning van patiënten
Het faciliteren van contact tussen mensen met voedselallergieën om ervaringen en tips uit te wisselen, zowel online als via fysieke bijeenkomsten. Het bekendste voorbeeld hiervan is natuurlijk onze Familiedag! Maar ook beantwoorden we veel vragen per email, brengen mensen met vergelijkbare ervaringen met elkaar in contact, en organiseren psychologische ondersteuning voor mensen met angst voor eten.
Heb jij een vraag of idee? Laat het ons dan weten via het contactformulier.




