Alfa-galsyndroom in het kort
Wat is alfa-galsyndroom? Alfa-galsyndroom, ook wel bekend als alfa-galallergie, is een zeldzame voedselallergie tegen galactose-α-1,3-galactose (afgekort als alfa-gal), een suiker die in rood vlees voorkomt. Alfa-galsyndroom wordt veroorzaakt door de beet van een teek.
Hoe vaak komt het voor? Alfa-galsyndroom komt in Nederland relatief zelden voor, maar het aantal bekende gevallen is in de afgelopen jaren wel gestegen, waarschijnlijk door een toenemende bewustwording en betere diagnostiek.
Wat is alfa-gal eigenlijk? Alfa-gal is een suiker die voorkomt in de celmembranen van veel zoogdieren, maar niet in mensen, apen en andere primaten. Het is dus een molecuul dat veel voorkomt in het vlees dat we eten, zoals rundvlees, varkensvlees, schapenvlees en wild.
Waarom kan een allergie voor alfa-gal lastig zijn? De allergische reactie treedt meestal pas op na 3 tot 8 uur na het eten van rood vlees, wat het moeilijk kan maken om de oorzaak van de symptomen te achterhalen. Alfa-gal is niet alleen aanwezig in rood vlees, maar ook in sommige medicijnen en infuusvloeistoffen, wat kruisreacties kan veroorzaken. Dit betekent dat patiënten voorzichtig moeten zijn met bepaalde medische behandelingen. De allergie kan worden gereactiveerd door nieuwe tekenbeten, wat maakt dat patiënten voortdurend moeten uitkijken in gebieden met veel teken.
Hoe ontstaat een reactie? De allergie ontstaat doordat teken, die eerder een zoogdier hebben gebeten, het alfa-gal in hun speeksel overdragen aan mensen tijdens een beet. Het menselijke immuunsysteem reageert hierop door antilichamen (IgE) tegen alfa-gal aan te maken. Wetenschappelijk bewijs voor het bestaan van dit alfa-galsyndroom is er nog niet zo lang: pas vanaf 2011 weten we zeker dat het veroorzaakt wordt door teken.
Let op:
Met ‘rood vlees’ wordt vlees van zoogdieren als runderen, varkens, schapen, wild en paarden bedoeld. Het heeft niet te maken met hoe goed je vlees is doorbakken. Wie alfa-galsyndroom heeft, mijdt dus al dit soort vlees in elke vorm (en in sommige gevallen ook melkproducten).
Diagnose
Vermoed je dat je alfagalsyndroom hebt? De diagnose van het alfa-galsyndroom wordt vaak gesteld op basis van een combinatie van een geschiedenis van tekenbeten en de aanwezigheid van IgE-antistoffen tegen alfa-gal in het bloed, samen met klinische symptomen zoals allergische reacties na het eten van rood vlees.
Antistoffen (IgE) tegen alfa-gal kunnen worden aangetoond via een bloedtest. Voor het alfa-galsyndroom wordt de RAST o215-test gebruikt, die specifiek is voor galactose-α-1,3-galactose.
Behandeling
De behandeling bestaat voornamelijk uit het vermijden van tekenbeten en het niet eten van rood vlees. Sommigen met alfa-galsyndroom zijn ook overgevoelig voor melkproducten. Overleg altijd met een arts en/of diëtist over wat je wel of niet kunt eten.
Er is nog geen specifieke behandeling voor het syndroom zelf, maar onderzoek is gaande om het beter te begrijpen en te behandelen.
Sommige patiënten groeien over hun alfa-galsyndroom heen na 8 maanden tot 5 jaar. Anderen blijven hun leven lang last houden. Alfa-galsyndroom kan bij een nieuwe tekenbeet terugkomen of verergeren. Het is dus belangrijk jezelf goed te beschermen tegen teken.
Waar zit alfa-gal in?
- Rundvlees
- Varkensvlees
- Gelatine
- Lamsvlees
- Schapenvlees
- Collageen
- Kalfsvlees
- Paardenvlees
- Zuivel (in kleine hoeveelheden)
- Medicijnen en infuusvloeistoffen, bijv. Cetuximab, Gelofusine en Haemacell
Alfa-gal op het etiket
Alfa-gal hoeft niet te worden vermeld op het etiket. Let dus goed op of er rood vlees, gelatine of andere vleesproducten in een voedingsmiddel zijn verwerkt.


