Fabrikanten ervaren problemen bij uitvoering allergenenbeleid
Sinds 1 januari 2026 moeten fabrikanten zich houden aan een scherper beleid voor allergenenwaarschuwingen op verpakkingen. Maar dat blijkt nog niet zo eenvoudig.
Volgens het nieuwe beleid mogen verpakkingen van voedingsmiddelen alleen nog de waarschuwing ‘kan X bevatten’ erop hebben, als metingen laten zien dat allergeen X er ook echt in zit. Daarvoor zijn referentiedoses vastgesteld: de hoeveelheid allergeen die in een product moet voorkomen, voordat zo’n waarschuwing verplicht is.
Fabrikanten zeggen nu dat het soms onmogelijk is om te weten wat er in hun grondstoffen zit. Die grondstoffen komen dan bijvoorbeeld van buitenlandse leveranciers. Er kan kruisbesmetting met allergenen hebben plaatsgevonden, maar sommige buitenlandse leveranciers leveren geen informatie daarover. Of de informatie klopt mogelijk niet.
In andere Europese landen gelden vaak andere referentiewaarden dan in Nederland. Ook wordt niet altijd onderscheid gemaakt tussen verschillende glutenbevattende granen, of verschillende noten. Het is daarom nodig dat er één gezamenlijke meetmethode in Europa komt, maar zover is het nog niet.
Gebrekkige informatie kan tot meer allergenenwaarschuwingen leiden dan nodig, zeggen de fabrikanten. Daardoor kunnen allergische consumenten producten die veilig zijn, misschien toch liever niet kopen. Andersom wil je ook niet dat het etiket niet waarschuwt, terwijl er wel allergeen in het product kan zitten. De oplossing hiervoor ligt niet bij individuele bedrijven, maar bij de keten als geheel.
De problemen worden aangekaart door het Nederlands Bakkerij Centrum (NBC) op hun website: https://www.nbc.nl/nieuws/tussenstand-implementatie-nieuw-allergenenbeleid/. Zij verzamelen de knelpunten en signaleren die bij brancheorganisaties.
Bron van dit artikel: Vakblad Voedingsindustrie, 14 oktober 2026


